NL: warmenEN: heat up, warm up, warm, heat
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewarmd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik warm jij warmt hij warmt wij warmen jullie warmen zij warmen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewarmd jij hebt gewarmd hij heeft gewarmd wij hebben gewarmd jullie hebben gewarmd zij hebben gewarmd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik warmde jij warmde hij warmde wij warmden jullie warmden zij warmden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewarmd jij had gewarmd hij had gewarmd wij hadden gewarmd jullie hadden gewarmd zij hadden gewarmd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal warmen jij zult warmen hij zal warmen wij zullen warmen jullie zullen warmen zij zullen warmen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewarmd hebben jij zult gewarmd hebben hij zal gewarmd hebben wij zullen gewarmd hebben jullie zullen gewarmd hebben zij zullen gewarmd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou warmen jij zou warmen hij zou warmen wij zouden warmen jullie zouden warmen zij zouden warmen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewarmd hebben jij zou gewarmd hebben hij zou gewarmd hebben wij zouden gewarmd hebben jullie zouden gewarmd hebben zij zouden gewarmd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
warm
|