NL: wapenenSynoniemen: bewapenen, pantseren
DE: bewaffnen
EN: reinforce, armour, arm
ES: armar
FR: armer, se cuirasser, blinder
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewapend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik wapen jij wapent hij wapent wij wapenen jullie wapenen zij wapenen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewapend jij hebt gewapend hij heeft gewapend wij hebben gewapend jullie hebben gewapend zij hebben gewapend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik wapende jij wapende hij wapende wij wapenden jullie wapenden zij wapenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewapend jij had gewapend hij had gewapend wij hadden gewapend jullie hadden gewapend zij hadden gewapend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal wapenen jij zult wapenen hij zal wapenen wij zullen wapenen jullie zullen wapenen zij zullen wapenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewapend hebben jij zult gewapend hebben hij zal gewapend hebben wij zullen gewapend hebben jullie zullen gewapend hebben zij zullen gewapend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou wapenen jij zou wapenen hij zou wapenen wij zouden wapenen jullie zouden wapenen zij zouden wapenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewapend hebben jij zou gewapend hebben hij zou gewapend hebben wij zouden gewapend hebben jullie zouden gewapend hebben zij zouden gewapend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
wapen
|