Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

wankelen vervoegen




NL: wankelen
Synoniemen: strompelen, wiebelen

DE: wankelen, schwanken, wanken
EN: sway, stagger, falter
ES: balbucear, arrojar, tambalear, vacilar, desmayar, titubear, balancear, escorar, fluctuar, desanimarse, bambolearse, tartamudear, balbucir, renguear, columpiarse
FR: osciller, vaciller, balancer, chanceler

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gewankeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik wankel
jij wankelt
hij wankelt
wij wankelen
jullie wankelen
zij wankelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gewankeld
jij hebt gewankeld
hij heeft gewankeld
wij hebben gewankeld
jullie hebben gewankeld
zij hebben gewankeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik wankelde
jij wankelde
hij wankelde
wij wankelden
jullie wankelden
zij wankelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gewankeld
jij had gewankeld
hij had gewankeld
wij hadden gewankeld
jullie hadden gewankeld
zij hadden gewankeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal wankelen
jij zult wankelen
hij zal wankelen
wij zullen wankelen
jullie zullen wankelen
zij zullen wankelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gewankeld hebben
jij zult gewankeld hebben
hij zal gewankeld hebben
wij zullen gewankeld hebben
jullie zullen gewankeld hebben
zij zullen gewankeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou wankelen
jij zou wankelen
hij zou wankelen
wij zouden wankelen
jullie zouden wankelen
zij zouden wankelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gewankeld hebben
jij zou gewankeld hebben
hij zou gewankeld hebben
wij zouden gewankeld hebben
jullie zouden gewankeld hebben
zij zouden gewankeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
wankel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/wankelen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald