NL: walmenSynoniemen: roken, stinken, ruiken, rieken, meuren, geuren
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewalmd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik walm jij walmt hij walmt wij walmen jullie walmen zij walmen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewalmd jij hebt gewalmd hij heeft gewalmd wij hebben gewalmd jullie hebben gewalmd zij hebben gewalmd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik walmde jij walmde hij walmde wij walmden jullie walmden zij walmden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewalmd jij had gewalmd hij had gewalmd wij hadden gewalmd jullie hadden gewalmd zij hadden gewalmd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal walmen jij zult walmen hij zal walmen wij zullen walmen jullie zullen walmen zij zullen walmen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewalmd hebben jij zult gewalmd hebben hij zal gewalmd hebben wij zullen gewalmd hebben jullie zullen gewalmd hebben zij zullen gewalmd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou walmen jij zou walmen hij zou walmen wij zouden walmen jullie zouden walmen zij zouden walmen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewalmd hebben jij zou gewalmd hebben hij zou gewalmd hebben wij zouden gewalmd hebben jullie zouden gewalmd hebben zij zouden gewalmd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
walm
|