MWB Online woordenboek
 

Vertalen

Woorden (Hoofdpagina)
Tekst
Vaakst vertaald

Ontspanning

Puzzelwoorden
Woordspellen
Rijmwoordenboek

Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

Spelling

Spellingalfabet
Goed en Fout
Spellingcontrole

Varia

Dialecten
Encyclopedie
Symbolen en ALT-codes
Tellen in andere talen
Themawoordenboeken
This site in English

Taalportalen

NL | DE | EN | ES | FR

De website

Partners | Contact | Privacy

Vervoegen: wallen

NL: wallen
DE: wallen

NL: wallen
Synoniemen: wallen (aufbauen): bouwen, construeren

DE: blubbern, brodeln, aufbrausen, aufbrodeln, aufwallen, brausen, moussieren, schäumen, sprudeln
EN: wallen (aufbauen): build, establish, set up, raise, erect
Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gewald
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik wal
jij walt
hij walt
wij wallen
jullie wallen
zij wallen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gewald
jij hebt gewald
hij heeft gewald
wij hebben gewald
jullie hebben gewald
zij hebben gewald
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik walde
jij walde
hij walde
wij walden
jullie walden
zij walden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gewald
jij had gewald
hij had gewald
wij hadden gewald
jullie hadden gewald
zij hadden gewald
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal wallen
jij zult wallen
hij zal wallen
wij zullen wallen
jullie zullen wallen
zij zullen wallen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gewald hebben
jij zult gewald hebben
hij zal gewald hebben
wij zullen gewald hebben
jullie zullen gewald hebben
zij zullen gewald hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou wallen
jij zou wallen
hij zou wallen
wij zouden wallen
jullie zouden wallen
zij zouden wallen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gewald hebben
jij zou gewald hebben
hij zou gewald hebben
wij zouden gewald hebben
jullie zouden gewald hebben
zij zouden gewald hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
wal


DE: wallen
Synoniemen: blubbern, brodeln, aufbrausen, aufbrodeln, aufwallen, brausen, moussieren, schäumen, sprudeln

NL: wallen (aufbauen): bouwen, construeren
EN: wallen (aufbauen): build, establish, set up, raise, erect
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gewallt
wallend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich walle
du wallst
er wallt
wir wallen
ihr wallt
sie; Sie wallen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gewallt
du hast gewallt
er hat gewallt
wir haben gewallt
ihr habt gewallt
sie; Sie haben gewallt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich wallte
du walltest
er wallte
wir wallten
ihr walltet
sie; Sie wallten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gewallt
du hattest gewallt
er hatte gewallt
wir hatten gewallt
ihr hattet gewallt
sie; Sie hatten gewallt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde wallen
du wirst wallen
er wird wallen
wir werden wallen
ihr werdet wallen
sie; Sie werden wallen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gewallt haben
du wirst gewallt haben
er wird gewallt haben
wir werden gewallt haben
ihr werdet gewallt haben
sie; Sie werden gewallt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich walle
du wallest
er walle
wir wallen
ihr wallet
sie; Sie wallen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gewallt
du habest gewallt
er habe gewallt
wir haben gewallt
ihr habet gewallt
sie; Sie haben gewallt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich wallte
du walltest
er wallte
wir wallten
ihr walltet
sie; Sie wallten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gewallt
du hättest gewallt
er hätte gewallt
wir hätten gewallt
ihr hättet gewallt
sie; Sie hätten gewallt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde wallen
du würdest wallen
er würde wallen
wir würden wallen
ihr würdet wallen
sie; Sie würden wallen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gewallt haben
du würdest gewallt haben
er würde gewallt haben
wir würden gewallt haben
ihr würdet gewallt haben
sie; Sie würden gewallt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du walle

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/wallen


Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Vertalingen & synoniemen Interglot Dictionary © Interglot 2007


Vervoeg

Typ een werkwoordsvorm in en klik op de `Vervoeg` knop.

Vertalen

Naar

Spelling (woord)

Vervoegen

Synoniemen

Werkwoord vervoegen

Van Dale taalweb
© Mijnwoordenboek 2008