NL: wadenSynoniemen: baggeren, plassen, ploeteren
DE: waten
EN: wade
ES: vadear
FR: passer à gué, traverser à gué
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewaad
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik waad jij waadt hij waadt wij waden jullie waden zij waden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewaad jij hebt gewaad hij heeft gewaad wij hebben gewaad jullie hebben gewaad zij hebben gewaad
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik waadde jij waadde hij waadde wij waadden jullie waadden zij waadden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewaad jij had gewaad hij had gewaad wij hadden gewaad jullie hadden gewaad zij hadden gewaad
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal waden jij zult waden hij zal waden wij zullen waden jullie zullen waden zij zullen waden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewaad hebben jij zult gewaad hebben hij zal gewaad hebben wij zullen gewaad hebben jullie zullen gewaad hebben zij zullen gewaad hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou waden jij zou waden hij zou waden wij zouden waden jullie zouden waden zij zouden waden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewaad hebben jij zou gewaad hebben hij zou gewaad hebben wij zouden gewaad hebben jullie zouden gewaad hebben zij zouden gewaad hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
waad
|