NL: waarzeggenSynoniemen: de hand lezen
DE: wahrsagen
EN: divine the future, tell fortunes
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
waargezegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik waarzeg jij waarzegt hij waarzegt wij waarzeggen jullie waarzeggen zij waarzeggen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb waargezegd jij hebt waargezegd hij heeft waargezegd wij hebben waargezegd jullie hebben waargezegd zij hebben waargezegd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik waarzegde jij waarzegde hij waarzegde wij waarzegden jullie waarzegden zij waarzegden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had waargezegd jij had waargezegd hij had waargezegd wij hadden waargezegd jullie hadden waargezegd zij hadden waargezegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal waarzeggen jij zult waarzeggen hij zal waarzeggen wij zullen waarzeggen jullie zullen waarzeggen zij zullen waarzeggen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal waargezegd hebben jij zult waargezegd hebben hij zal waargezegd hebben wij zullen waargezegd hebben jullie zullen waargezegd hebben zij zullen waargezegd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou waarzeggen jij zou waarzeggen hij zou waarzeggen wij zouden waarzeggen jullie zouden waarzeggen zij zouden waarzeggen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou waargezegd hebben jij zou waargezegd hebben hij zou waargezegd hebben wij zouden waargezegd hebben jullie zouden waargezegd hebben zij zouden waargezegd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
waarzeg
|