NL: waarmerkenSynoniemen: bekrachtigen, ijkmerken, merken, certificeren, bestempelen, keurmerken
EN: waarmerken (als gangbaar erkennen): acknowledge viability, hallmark
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewaarmerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik waarmerk jij waarmerkt hij waarmerkt wij waarmerken jullie waarmerken zij waarmerken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewaarmerkt jij hebt gewaarmerkt hij heeft gewaarmerkt wij hebben gewaarmerkt jullie hebben gewaarmerkt zij hebben gewaarmerkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik waarmerkte jij waarmerkte hij waarmerkte wij waarmerkten jullie waarmerkten zij waarmerkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewaarmerkt jij had gewaarmerkt hij had gewaarmerkt wij hadden gewaarmerkt jullie hadden gewaarmerkt zij hadden gewaarmerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal waarmerken jij zult waarmerken hij zal waarmerken wij zullen waarmerken jullie zullen waarmerken zij zullen waarmerken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewaarmerkt hebben jij zult gewaarmerkt hebben hij zal gewaarmerkt hebben wij zullen gewaarmerkt hebben jullie zullen gewaarmerkt hebben zij zullen gewaarmerkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou waarmerken jij zou waarmerken hij zou waarmerken wij zouden waarmerken jullie zouden waarmerken zij zouden waarmerken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewaarmerkt hebben jij zou gewaarmerkt hebben hij zou gewaarmerkt hebben wij zouden gewaarmerkt hebben jullie zouden gewaarmerkt hebben zij zouden gewaarmerkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
waarmerk
|