NL: waarmakenSynoniemen: realiseren
DE: wahrmachen, verwirklichen
EN: substantiate, realize
ES: cumplir, mostrar, probar, realizar, evidenciar, sustanciar
FR: prouver, accomplir
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
waargemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maak waar jij maakt waar hij maakt waar wij maken waar jullie maken waar zij maken waar
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb waargemaakt jij hebt waargemaakt hij heeft waargemaakt wij hebben waargemaakt jullie hebben waargemaakt zij hebben waargemaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik maakte waar jij maakte waar hij maakte waar wij maakten waar jullie maakten waar zij maakten waar
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had waargemaakt jij had waargemaakt hij had waargemaakt wij hadden waargemaakt jullie hadden waargemaakt zij hadden waargemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal waarmaken jij zult waarmaken hij zal waarmaken wij zullen waarmaken jullie zullen waarmaken zij zullen waarmaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal waargemaakt hebben jij zult waargemaakt hebben hij zal waargemaakt hebben wij zullen waargemaakt hebben jullie zullen waargemaakt hebben zij zullen waargemaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou waarmaken jij zou waarmaken hij zou waarmaken wij zouden waarmaken jullie zouden waarmaken zij zouden waarmaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou waargemaakt hebben jij zou waargemaakt hebben hij zou waargemaakt hebben wij zouden waargemaakt hebben jullie zouden waargemaakt hebben zij zouden waargemaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maak waar
|