NL: waarderenSynoniemen: appreciren, inschatten, appreciëren
DE: das Anerkennen, das Anrechnen
EN: the valuing, the appreciating
ES: el valorar, la valoración, la apreciación
FR: la appréciation
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gewaardeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik waardeer jij waardeert hij waardeert wij waarderen jullie waarderen zij waarderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gewaardeerd jij hebt gewaardeerd hij heeft gewaardeerd wij hebben gewaardeerd jullie hebben gewaardeerd zij hebben gewaardeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik waardeerde jij waardeerde hij waardeerde wij waardeerden jullie waardeerden zij waardeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gewaardeerd jij had gewaardeerd hij had gewaardeerd wij hadden gewaardeerd jullie hadden gewaardeerd zij hadden gewaardeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal waarderen jij zult waarderen hij zal waarderen wij zullen waarderen jullie zullen waarderen zij zullen waarderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gewaardeerd hebben jij zult gewaardeerd hebben hij zal gewaardeerd hebben wij zullen gewaardeerd hebben jullie zullen gewaardeerd hebben zij zullen gewaardeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou waarderen jij zou waarderen hij zou waarderen wij zouden waarderen jullie zouden waarderen zij zouden waarderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gewaardeerd hebben jij zou gewaardeerd hebben hij zou gewaardeerd hebben wij zouden gewaardeerd hebben jullie zouden gewaardeerd hebben zij zouden gewaardeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
waardeer
|