NL: vrijstaanEN: vrijstaan (alleen staan): stand alone, stand free, be detached, stand apart
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vrijgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sta vrij jij staat vrij hij staat vrij wij staan vrij jullie staan vrij zij staan vrij
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vrijgestaan jij hebt vrijgestaan hij heeft vrijgestaan wij hebben vrijgestaan jullie hebben vrijgestaan zij hebben vrijgestaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stond vrij jij stond vrij hij stond vrij wij stonden vrij jullie stonden vrij zij stonden vrij
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vrijgestaan jij had vrijgestaan hij had vrijgestaan wij hadden vrijgestaan jullie hadden vrijgestaan zij hadden vrijgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vrijstaan jij zult vrijstaan hij zal vrijstaan wij zullen vrijstaan jullie zullen vrijstaan zij zullen vrijstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vrijgestaan hebben jij zult vrijgestaan hebben hij zal vrijgestaan hebben wij zullen vrijgestaan hebben jullie zullen vrijgestaan hebben zij zullen vrijgestaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vrijstaan jij zou vrijstaan hij zou vrijstaan wij zouden vrijstaan jullie zouden vrijstaan zij zouden vrijstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vrijgestaan hebben jij zou vrijgestaan hebben hij zou vrijgestaan hebben wij zouden vrijgestaan hebben jullie zouden vrijgestaan hebben zij zouden vrijgestaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sta vrij
|