NL: vreemdgaanDE: fremd gehen, betrügen, hintergehen
EN: be unfaithful, stray, commit adultery
FR: tromper, induire en erreur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vreemdgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga vreemd jij gaat vreemd hij gaat vreemd wij gaan vreemd jullie gaan vreemd zij gaan vreemd
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben vreemdgegaan jij bent vreemdgegaan hij is vreemdgegaan wij zijn vreemdgegaan jullie zijn vreemdgegaan zij zijn vreemdgegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging vreemd jij ging vreemd hij ging vreemd wij gingen vreemd jullie gingen vreemd zij gingen vreemd
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was vreemdgegaan jij was vreemdgegaan hij was vreemdgegaan wij waren vreemdgegaan jullie waren vreemdgegaan zij waren vreemdgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vreemdgaan jij zult vreemdgaan hij zal vreemdgaan wij zullen vreemdgaan jullie zullen vreemdgaan zij zullen vreemdgaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vreemdgegaan zijn jij zult vreemdgegaan zijn hij zal vreemdgegaan zijn wij zullen vreemdgegaan zijn jullie zullen vreemdgegaan zijn zij zullen vreemdgegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vreemdgaan jij zou vreemdgaan hij zou vreemdgaan wij zouden vreemdgaan jullie zouden vreemdgaan zij zouden vreemdgaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vreemdgegaan zijn jij zou vreemdgegaan zijn hij zou vreemdgegaan zijn wij zouden vreemdgegaan zijn jullie zouden vreemdgegaan zijn zij zouden vreemdgegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga vreemd
|