NL: vragenSynoniemen: aanzoeken, behoeven, eisen, informeren, inviteren, opvragen, rekwestreren, smeken, verzoeken, aanvragen, bidden, uitnodigen
DE: anfragen, fordern, beantragen, einfordern, anfordern
EN: ask for, claim
ES: pedir, recuperar, reclamar
FR: demander, revendiquer, réclamer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevraagd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vraag jij vraagt hij vraagt wij vragen jullie vragen zij vragen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevraagd jij hebt gevraagd hij heeft gevraagd wij hebben gevraagd jullie hebben gevraagd zij hebben gevraagd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vroeg jij vroeg hij vroeg wij vroegen jullie vroegen zij vroegen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevraagd jij had gevraagd hij had gevraagd wij hadden gevraagd jullie hadden gevraagd zij hadden gevraagd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vragen jij zult vragen hij zal vragen wij zullen vragen jullie zullen vragen zij zullen vragen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevraagd hebben jij zult gevraagd hebben hij zal gevraagd hebben wij zullen gevraagd hebben jullie zullen gevraagd hebben zij zullen gevraagd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vragen jij zou vragen hij zou vragen wij zouden vragen jullie zouden vragen zij zouden vragen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevraagd hebben jij zou gevraagd hebben hij zou gevraagd hebben wij zouden gevraagd hebben jullie zouden gevraagd hebben zij zouden gevraagd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vraag
|