NL: voterenSynoniemen: kiezen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevoteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik voteer jij voteert hij voteert wij voteren jullie voteren zij voteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevoteerd jij hebt gevoteerd hij heeft gevoteerd wij hebben gevoteerd jullie hebben gevoteerd zij hebben gevoteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik voteerde jij voteerde hij voteerde wij voteerden jullie voteerden zij voteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevoteerd jij had gevoteerd hij had gevoteerd wij hadden gevoteerd jullie hadden gevoteerd zij hadden gevoteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voteren jij zult voteren hij zal voteren wij zullen voteren jullie zullen voteren zij zullen voteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevoteerd hebben jij zult gevoteerd hebben hij zal gevoteerd hebben wij zullen gevoteerd hebben jullie zullen gevoteerd hebben zij zullen gevoteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voteren jij zou voteren hij zou voteren wij zouden voteren jullie zouden voteren zij zouden voteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevoteerd hebben jij zou gevoteerd hebben hij zou gevoteerd hebben wij zouden gevoteerd hebben jullie zouden gevoteerd hebben zij zouden gevoteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
voteer
|