NL: vossenSynoniemen: neuken
DE: büffeln, ochsen
EN: swot, learn, study
ES: seguir estudios
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevost
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vos jij vost hij vost wij vossen jullie vossen zij vossen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevost jij hebt gevost hij heeft gevost wij hebben gevost jullie hebben gevost zij hebben gevost
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik voste jij voste hij voste wij vosten jullie vosten zij vosten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevost jij had gevost hij had gevost wij hadden gevost jullie hadden gevost zij hadden gevost
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vossen jij zult vossen hij zal vossen wij zullen vossen jullie zullen vossen zij zullen vossen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevost hebben jij zult gevost hebben hij zal gevost hebben wij zullen gevost hebben jullie zullen gevost hebben zij zullen gevost hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vossen jij zou vossen hij zou vossen wij zouden vossen jullie zouden vossen zij zouden vossen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevost hebben jij zou gevost hebben hij zou gevost hebben wij zouden gevost hebben jullie zouden gevost hebben zij zouden gevost hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vos
|