Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

voorzitten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: voorzitten
Synoniemen: presideren, managen, leiden, besturen, aanvoeren

DE: voorzitten (leiding geven): leiten, führen, anführen, dirigieren
EN: voorzitten (leiding geven): lead, preside, command, direct
ES: voorzitten (leiding geven): dirigir, gobernar, guiar, mandar, encabezar, ir a la cabeza, estar en cabeza, ir delante
FR: voorzitten (leiding geven): conduire, gérer, présider, diriger, mener, commander, gouverner, administrer, manier

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
voorgezeten
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zit voor
jij zit voor
hij zit voor
wij zitten voor
jullie zitten voor
zij zitten voor
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb voorgezeten
jij hebt voorgezeten
hij heeft voorgezeten
wij hebben voorgezeten
jullie hebben voorgezeten
zij hebben voorgezeten
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zat voor
jij zat voor
hij zat voor
wij zaten voor
jullie zaten voor
zij zaten voor
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had voorgezeten
jij had voorgezeten
hij had voorgezeten
wij hadden voorgezeten
jullie hadden voorgezeten
zij hadden voorgezeten
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal voorzitten
jij zult voorzitten
hij zal voorzitten
wij zullen voorzitten
jullie zullen voorzitten
zij zullen voorzitten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal voorgezeten hebben
jij zult voorgezeten hebben
hij zal voorgezeten hebben
wij zullen voorgezeten hebben
jullie zullen voorgezeten hebben
zij zullen voorgezeten hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou voorzitten
jij zou voorzitten
hij zou voorzitten
wij zouden voorzitten
jullie zouden voorzitten
zij zouden voorzitten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou voorgezeten hebben
jij zou voorgezeten hebben
hij zou voorgezeten hebben
wij zouden voorgezeten hebben
jullie zouden voorgezeten hebben
zij zouden voorgezeten hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zit voor

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/voorzitten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English