NL: voorzittenSynoniemen: presideren, managen, leiden, besturen, aanvoeren
DE: voorzitten (leiding geven): leiten, führen, anführen, dirigieren
EN: voorzitten (leiding geven): lead, preside, command, direct
ES: voorzitten (leiding geven): dirigir, gobernar, guiar, mandar, encabezar, ir a la cabeza, estar en cabeza, ir delante
FR: voorzitten (leiding geven): conduire, gérer, présider, diriger, mener, commander, gouverner, administrer, manier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
voorgezeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zit voor jij zit voor hij zit voor wij zitten voor jullie zitten voor zij zitten voor
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb voorgezeten jij hebt voorgezeten hij heeft voorgezeten wij hebben voorgezeten jullie hebben voorgezeten zij hebben voorgezeten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zat voor jij zat voor hij zat voor wij zaten voor jullie zaten voor zij zaten voor
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had voorgezeten jij had voorgezeten hij had voorgezeten wij hadden voorgezeten jullie hadden voorgezeten zij hadden voorgezeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voorzitten jij zult voorzitten hij zal voorzitten wij zullen voorzitten jullie zullen voorzitten zij zullen voorzitten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal voorgezeten hebben jij zult voorgezeten hebben hij zal voorgezeten hebben wij zullen voorgezeten hebben jullie zullen voorgezeten hebben zij zullen voorgezeten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voorzitten jij zou voorzitten hij zou voorzitten wij zouden voorzitten jullie zouden voorzitten zij zouden voorzitten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou voorgezeten hebben jij zou voorgezeten hebben hij zou voorgezeten hebben wij zouden voorgezeten hebben jullie zouden voorgezeten hebben zij zouden voorgezeten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zit voor
|