NL: voorverwarmenDE: vorwärmen
EN: prewarm
FR: préchauffer, chauffer à l'avance
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
voorverwarmd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verwarm voor jij verwarmt voor hij verwarmt voor wij verwarmen voor jullie verwarmen voor zij verwarmen voor
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb voorverwarmd jij hebt voorverwarmd hij heeft voorverwarmd wij hebben voorverwarmd jullie hebben voorverwarmd zij hebben voorverwarmd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verwarmde voor jij verwarmde voor hij verwarmde voor wij verwarmden voor jullie verwarmden voor zij verwarmden voor
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had voorverwarmd jij had voorverwarmd hij had voorverwarmd wij hadden voorverwarmd jullie hadden voorverwarmd zij hadden voorverwarmd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voorverwarmen jij zult voorverwarmen hij zal voorverwarmen wij zullen voorverwarmen jullie zullen voorverwarmen zij zullen voorverwarmen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal voorverwarmd hebben jij zult voorverwarmd hebben hij zal voorverwarmd hebben wij zullen voorverwarmd hebben jullie zullen voorverwarmd hebben zij zullen voorverwarmd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voorverwarmen jij zou voorverwarmen hij zou voorverwarmen wij zouden voorverwarmen jullie zouden voorverwarmen zij zouden voorverwarmen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou voorverwarmd hebben jij zou voorverwarmd hebben hij zou voorverwarmd hebben wij zouden voorverwarmd hebben jullie zouden voorverwarmd hebben zij zouden voorverwarmd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verwarm voor
|