NL: vooruitgaanSynoniemen: beter worden, vorderen
DE: vorausgehen, vorwärtsfahren, vorwärtsgehen, anführen
EN: walk on before
ES: avanzar, adelantar, preceder, progresar
FR: aller en avant, prendre les devants, marcher devant
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vooruitgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga vooruit jij gaat vooruit hij gaat vooruit wij gaan vooruit jullie gaan vooruit zij gaan vooruit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben vooruitgegaan jij bent vooruitgegaan hij is vooruitgegaan wij zijn vooruitgegaan jullie zijn vooruitgegaan zij zijn vooruitgegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging vooruit jij ging vooruit hij ging vooruit wij gingen vooruit jullie gingen vooruit zij gingen vooruit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was vooruitgegaan jij was vooruitgegaan hij was vooruitgegaan wij waren vooruitgegaan jullie waren vooruitgegaan zij waren vooruitgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vooruitgaan jij zult vooruitgaan hij zal vooruitgaan wij zullen vooruitgaan jullie zullen vooruitgaan zij zullen vooruitgaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vooruitgegaan zijn jij zult vooruitgegaan zijn hij zal vooruitgegaan zijn wij zullen vooruitgegaan zijn jullie zullen vooruitgegaan zijn zij zullen vooruitgegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vooruitgaan jij zou vooruitgaan hij zou vooruitgaan wij zouden vooruitgaan jullie zouden vooruitgaan zij zouden vooruitgaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vooruitgegaan zijn jij zou vooruitgegaan zijn hij zou vooruitgegaan zijn wij zouden vooruitgegaan zijn jullie zouden vooruitgegaan zijn zij zouden vooruitgegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga vooruit
|