NL: voortzettenSynoniemen: continueren, doorgaan, prolongeren, verdergaan, vervolgen, voortgaan, aanhouden
DE: verfolgen, kontinuieren, fortsetzen, weitermachen, fortführen
EN: continue, go on
ES: seguir, continuar, alargar, prolongar, proseguir
FR: continuer, poursuivre, prolonger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
voortgezet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zet voort jij zet voort hij zet voort wij zetten voort jullie zetten voort zij zetten voort
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb voortgezet jij hebt voortgezet hij heeft voortgezet wij hebben voortgezet jullie hebben voortgezet zij hebben voortgezet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zette voort jij zette voort hij zette voort wij zetten voort jullie zetten voort zij zetten voort
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had voortgezet jij had voortgezet hij had voortgezet wij hadden voortgezet jullie hadden voortgezet zij hadden voortgezet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voortzetten jij zult voortzetten hij zal voortzetten wij zullen voortzetten jullie zullen voortzetten zij zullen voortzetten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal voortgezet hebben jij zult voortgezet hebben hij zal voortgezet hebben wij zullen voortgezet hebben jullie zullen voortgezet hebben zij zullen voortgezet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voortzetten jij zou voortzetten hij zou voortzetten wij zouden voortzetten jullie zouden voortzetten zij zouden voortzetten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou voortgezet hebben jij zou voortgezet hebben hij zou voortgezet hebben wij zouden voortgezet hebben jullie zouden voortgezet hebben zij zouden voortgezet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zet voort
|