NL: voorstaanDE: von Meinung sein, plädieren, befürworten, sich einsetzen für
EN: take the view, be of the opinion, support
ES: propugnar, defender, abogar por, estar a favor de
FR: plaider, soutenir, défendre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
voorgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sta voor jij staat voor hij staat voor wij staan voor jullie staan voor zij staan voor
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb voorgestaan jij hebt voorgestaan hij heeft voorgestaan wij hebben voorgestaan jullie hebben voorgestaan zij hebben voorgestaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stond voor jij stond voor hij stond voor wij stonden voor jullie stonden voor zij stonden voor
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had voorgestaan jij had voorgestaan hij had voorgestaan wij hadden voorgestaan jullie hadden voorgestaan zij hadden voorgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voorstaan jij zult voorstaan hij zal voorstaan wij zullen voorstaan jullie zullen voorstaan zij zullen voorstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal voorgestaan hebben jij zult voorgestaan hebben hij zal voorgestaan hebben wij zullen voorgestaan hebben jullie zullen voorgestaan hebben zij zullen voorgestaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voorstaan jij zou voorstaan hij zou voorstaan wij zouden voorstaan jullie zouden voorstaan zij zouden voorstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou voorgestaan hebben jij zou voorgestaan hebben hij zou voorgestaan hebben wij zouden voorgestaan hebben jullie zouden voorgestaan hebben zij zouden voorgestaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sta voor
|