NL: voorsorterenDE: einordnen
EN: sort
ES: colocarse en el carril correspondiente 4en la vía debida
FR: trier à l'avance
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
voorgesorteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sorteer voor jij sorteert voor hij sorteert voor wij sorteren voor jullie sorteren voor zij sorteren voor
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb voorgesorteerd jij hebt voorgesorteerd hij heeft voorgesorteerd wij hebben voorgesorteerd jullie hebben voorgesorteerd zij hebben voorgesorteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sorteerde voor jij sorteerde voor hij sorteerde voor wij sorteerden voor jullie sorteerden voor zij sorteerden voor
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had voorgesorteerd jij had voorgesorteerd hij had voorgesorteerd wij hadden voorgesorteerd jullie hadden voorgesorteerd zij hadden voorgesorteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voorsorteren jij zult voorsorteren hij zal voorsorteren wij zullen voorsorteren jullie zullen voorsorteren zij zullen voorsorteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal voorgesorteerd hebben jij zult voorgesorteerd hebben hij zal voorgesorteerd hebben wij zullen voorgesorteerd hebben jullie zullen voorgesorteerd hebben zij zullen voorgesorteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voorsorteren jij zou voorsorteren hij zou voorsorteren wij zouden voorsorteren jullie zouden voorsorteren zij zouden voorsorteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou voorgesorteerd hebben jij zou voorgesorteerd hebben hij zou voorgesorteerd hebben wij zouden voorgesorteerd hebben jullie zouden voorgesorteerd hebben zij zouden voorgesorteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sorteer voor
|