NL: voorslaanSynoniemen: voorstellen
DE: vorschlagen
EN: propose
FR: proposer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
voorgeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla voor jij slaat voor hij slaat voor wij slaan voor jullie slaan voor zij slaan voor
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb voorgeslagen jij hebt voorgeslagen hij heeft voorgeslagen wij hebben voorgeslagen jullie hebben voorgeslagen zij hebben voorgeslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg voor jij sloeg voor hij sloeg voor wij sloegen voor jullie sloegen voor zij sloegen voor
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had voorgeslagen jij had voorgeslagen hij had voorgeslagen wij hadden voorgeslagen jullie hadden voorgeslagen zij hadden voorgeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voorslaan jij zult voorslaan hij zal voorslaan wij zullen voorslaan jullie zullen voorslaan zij zullen voorslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal voorgeslagen hebben jij zult voorgeslagen hebben hij zal voorgeslagen hebben wij zullen voorgeslagen hebben jullie zullen voorgeslagen hebben zij zullen voorgeslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voorslaan jij zou voorslaan hij zou voorslaan wij zouden voorslaan jullie zouden voorslaan zij zouden voorslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou voorgeslagen hebben jij zou voorgeslagen hebben hij zou voorgeslagen hebben wij zouden voorgeslagen hebben jullie zouden voorgeslagen hebben zij zouden voorgeslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla voor
|