NL: vooropstellenSynoniemen: vooropzetten, vooruitzetten
DE: vooropstellen (vooropzetten): vorsetzen, voraussetzen, servieren
EN: vooropstellen (vooropzetten): preconceive, premise
FR: vooropstellen (vooropzetten): présupposer, poser comme principe, postuler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vooropgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stel voorop jij stelt voorop hij stelt voorop wij stellen voorop jullie stellen voorop zij stellen voorop
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vooropgesteld jij hebt vooropgesteld hij heeft vooropgesteld wij hebben vooropgesteld jullie hebben vooropgesteld zij hebben vooropgesteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stelde voorop jij stelde voorop hij stelde voorop wij stelden voorop jullie stelden voorop zij stelden voorop
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vooropgesteld jij had vooropgesteld hij had vooropgesteld wij hadden vooropgesteld jullie hadden vooropgesteld zij hadden vooropgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vooropstellen jij zult vooropstellen hij zal vooropstellen wij zullen vooropstellen jullie zullen vooropstellen zij zullen vooropstellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vooropgesteld hebben jij zult vooropgesteld hebben hij zal vooropgesteld hebben wij zullen vooropgesteld hebben jullie zullen vooropgesteld hebben zij zullen vooropgesteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vooropstellen jij zou vooropstellen hij zou vooropstellen wij zouden vooropstellen jullie zouden vooropstellen zij zouden vooropstellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vooropgesteld hebben jij zou vooropgesteld hebben hij zou vooropgesteld hebben wij zouden vooropgesteld hebben jullie zouden vooropgesteld hebben zij zouden vooropgesteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stel voorop
|