NL: vooronderstellenSynoniemen: postuleren, aannemen
EN: the presumption, the presupposition
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
voorondersteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vooronderstel jij vooronderstelt hij vooronderstelt wij vooronderstellen jullie vooronderstellen zij vooronderstellen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb voorondersteld jij hebt voorondersteld hij heeft voorondersteld wij hebben voorondersteld jullie hebben voorondersteld zij hebben voorondersteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vooronderstelde jij vooronderstelde hij vooronderstelde wij vooronderstelden jullie vooronderstelden zij vooronderstelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had voorondersteld jij had voorondersteld hij had voorondersteld wij hadden voorondersteld jullie hadden voorondersteld zij hadden voorondersteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vooronderstellen jij zult vooronderstellen hij zal vooronderstellen wij zullen vooronderstellen jullie zullen vooronderstellen zij zullen vooronderstellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal voorondersteld hebben jij zult voorondersteld hebben hij zal voorondersteld hebben wij zullen voorondersteld hebben jullie zullen voorondersteld hebben zij zullen voorondersteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vooronderstellen jij zou vooronderstellen hij zou vooronderstellen wij zouden vooronderstellen jullie zouden vooronderstellen zij zouden vooronderstellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou voorondersteld hebben jij zou voorondersteld hebben hij zou voorondersteld hebben wij zouden voorondersteld hebben jullie zouden voorondersteld hebben zij zouden voorondersteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vooronderstel
|