Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

voorliegen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: voorliegen
Synoniemen: beduvelen, misleiden, voorjokken

DE: lügen, erfinden, schwindeln, beschwindeln, ersinnen, erdichten, fabulieren
EN: fabricate, lie, fib, make up
ES: contar un cuento chino

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
voorgelogen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik lieg voor
jij liegt voor
hij liegt voor
wij liegen voor
jullie liegen voor
zij liegen voor
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb voorgelogen
jij hebt voorgelogen
hij heeft voorgelogen
wij hebben voorgelogen
jullie hebben voorgelogen
zij hebben voorgelogen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik loog voor
jij loog voor
hij loog voor
wij logen voor
jullie logen voor
zij logen voor
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had voorgelogen
jij had voorgelogen
hij had voorgelogen
wij hadden voorgelogen
jullie hadden voorgelogen
zij hadden voorgelogen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal voorliegen
jij zult voorliegen
hij zal voorliegen
wij zullen voorliegen
jullie zullen voorliegen
zij zullen voorliegen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal voorgelogen hebben
jij zult voorgelogen hebben
hij zal voorgelogen hebben
wij zullen voorgelogen hebben
jullie zullen voorgelogen hebben
zij zullen voorgelogen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou voorliegen
jij zou voorliegen
hij zou voorliegen
wij zouden voorliegen
jullie zouden voorliegen
zij zouden voorliegen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou voorgelogen hebben
jij zou voorgelogen hebben
hij zou voorgelogen hebben
wij zouden voorgelogen hebben
jullie zouden voorgelogen hebben
zij zouden voorgelogen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
lieg voor

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/voorliegen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English