NL: voorlichtenSynoniemen: inlichten, onderrichten, verwittigen, informeren, berichten
DE: voorlichten (inlichten): unterrichten, einweisen, einpauken, erlernen, lernen, erziehen, proben, lehren, anweisen, einprägen
EN: voorlichten (inlichten): inform, instruct, brief, explain, teach, prepare, train, learn
ES: voorlichten (inlichten): enseñar, educar, instruir, dar clases
FR: voorlichten (inlichten): renseigner, enseigner, instruire, donner des cours, donner des instructions
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
voorgelicht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik licht voor jij licht voor hij licht voor wij lichten voor jullie lichten voor zij lichten voor
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb voorgelicht jij hebt voorgelicht hij heeft voorgelicht wij hebben voorgelicht jullie hebben voorgelicht zij hebben voorgelicht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lichtte voor jij lichtte voor hij lichtte voor wij lichtten voor jullie lichtten voor zij lichtten voor
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had voorgelicht jij had voorgelicht hij had voorgelicht wij hadden voorgelicht jullie hadden voorgelicht zij hadden voorgelicht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voorlichten jij zult voorlichten hij zal voorlichten wij zullen voorlichten jullie zullen voorlichten zij zullen voorlichten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal voorgelicht hebben jij zult voorgelicht hebben hij zal voorgelicht hebben wij zullen voorgelicht hebben jullie zullen voorgelicht hebben zij zullen voorgelicht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voorlichten jij zou voorlichten hij zou voorlichten wij zouden voorlichten jullie zouden voorlichten zij zouden voorlichten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou voorgelicht hebben jij zou voorgelicht hebben hij zou voorgelicht hebben wij zouden voorgelicht hebben jullie zouden voorgelicht hebben zij zouden voorgelicht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
licht voor
|