Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

voorgeven vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: voorgeven
Synoniemen: pretenderen, simuleren, voorwenden, verklaren, stellen, beweren

DE: voorgeven (pretenderen): behaupten, prätendieren
EN: voorgeven (pretenderen): pretend, feign, sham, do as if
FR: voorgeven (pretenderen): prétendre, déclarer, certifier, avancer, témoigner, attester, soutenir, argumenter, feindre, simuler, prétexter, faire semblant, porter témoignage

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
voorgegeven
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik geef voor
jij geeft voor
hij geeft voor
wij geven voor
jullie geven voor
zij geven voor
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb voorgegeven
jij hebt voorgegeven
hij heeft voorgegeven
wij hebben voorgegeven
jullie hebben voorgegeven
zij hebben voorgegeven
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik gaf voor
jij gaf voor
hij gaf voor
wij gaven voor
jullie gaven voor
zij gaven voor
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had voorgegeven
jij had voorgegeven
hij had voorgegeven
wij hadden voorgegeven
jullie hadden voorgegeven
zij hadden voorgegeven
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal voorgeven
jij zult voorgeven
hij zal voorgeven
wij zullen voorgeven
jullie zullen voorgeven
zij zullen voorgeven
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal voorgegeven hebben
jij zult voorgegeven hebben
hij zal voorgegeven hebben
wij zullen voorgegeven hebben
jullie zullen voorgegeven hebben
zij zullen voorgegeven hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou voorgeven
jij zou voorgeven
hij zou voorgeven
wij zouden voorgeven
jullie zouden voorgeven
zij zouden voorgeven
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou voorgegeven hebben
jij zou voorgegeven hebben
hij zou voorgegeven hebben
wij zouden voorgegeven hebben
jullie zouden voorgegeven hebben
zij zouden voorgegeven hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
geef voor

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/voorgeven

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English