Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

voorbereiden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: voorbereiden
Synoniemen: beramen, prepareren, verhitten, toebereiden, prikkelen, opwinden, bereiden, aanwakkeren, aanmaken, opleiden

DE: das Vorbereiten, das Herrichten, das Anrichten
EN: the preparing
ES: la preparación
FR: la préparation

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
voorbereid
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bereid voor
jij bereidt voor
hij bereidt voor
wij bereiden voor
jullie bereiden voor
zij bereiden voor
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb voorbereid
jij hebt voorbereid
hij heeft voorbereid
wij hebben voorbereid
jullie hebben voorbereid
zij hebben voorbereid
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bereidde voor
jij bereidde voor
hij bereidde voor
wij bereidden voor
jullie bereidden voor
zij bereidden voor
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had voorbereid
jij had voorbereid
hij had voorbereid
wij hadden voorbereid
jullie hadden voorbereid
zij hadden voorbereid
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal voorbereiden
jij zult voorbereiden
hij zal voorbereiden
wij zullen voorbereiden
jullie zullen voorbereiden
zij zullen voorbereiden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal voorbereid hebben
jij zult voorbereid hebben
hij zal voorbereid hebben
wij zullen voorbereid hebben
jullie zullen voorbereid hebben
zij zullen voorbereid hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou voorbereiden
jij zou voorbereiden
hij zou voorbereiden
wij zouden voorbereiden
jullie zouden voorbereiden
zij zouden voorbereiden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou voorbereid hebben
jij zou voorbereid hebben
hij zou voorbereid hebben
wij zouden voorbereid hebben
jullie zouden voorbereid hebben
zij zouden voorbereid hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bereid voor

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/voorbereiden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English