NL: volstaanSynoniemen: voldoen, voldoet, voldoenzijn, toereiken
DE: genügen, ausreichen, zufriedenstellen
EN: suffice
ES: bastar
FR: suffire, satisfaire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
volstaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik volsta jij volstaat hij volstaat wij volstaan jullie volstaan zij volstaan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb volstaan jij hebt volstaan hij heeft volstaan wij hebben volstaan jullie hebben volstaan zij hebben volstaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik volstond jij volstond hij volstond wij volstonden jullie volstonden zij volstonden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had volstaan jij had volstaan hij had volstaan wij hadden volstaan jullie hadden volstaan zij hadden volstaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal volstaan jij zult volstaan hij zal volstaan wij zullen volstaan jullie zullen volstaan zij zullen volstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal volstaan hebben jij zult volstaan hebben hij zal volstaan hebben wij zullen volstaan hebben jullie zullen volstaan hebben zij zullen volstaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou volstaan jij zou volstaan hij zou volstaan wij zouden volstaan jullie zouden volstaan zij zouden volstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou volstaan hebben jij zou volstaan hebben hij zou volstaan hebben wij zouden volstaan hebben jullie zouden volstaan hebben zij zouden volstaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
volsta
|