NL: vollopenDE: vollopen (vol worden): füllen, vollaufen
EN: vollopen (vol worden): get filled
ES: vollopen (vol worden): llenarse
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
volgelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loop vol jij loopt vol hij loopt vol wij lopen vol jullie lopen vol zij lopen vol
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben volgelopen jij bent volgelopen hij is volgelopen wij zijn volgelopen jullie zijn volgelopen zij zijn volgelopen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liep vol jij liep vol hij liep vol wij liepen vol jullie liepen vol zij liepen vol
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was volgelopen jij was volgelopen hij was volgelopen wij waren volgelopen jullie waren volgelopen zij waren volgelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vollopen jij zult vollopen hij zal vollopen wij zullen vollopen jullie zullen vollopen zij zullen vollopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal volgelopen zijn jij zult volgelopen zijn hij zal volgelopen zijn wij zullen volgelopen zijn jullie zullen volgelopen zijn zij zullen volgelopen zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vollopen jij zou vollopen hij zou vollopen wij zouden vollopen jullie zouden vollopen zij zouden vollopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou volgelopen zijn jij zou volgelopen zijn hij zou volgelopen zijn wij zouden volgelopen zijn jullie zouden volgelopen zijn zij zouden volgelopen zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loop vol
|