NL: voerenSynoniemen: houden, leiden, leiden tot, mesten, plagen, voeden, meevoeren, begeleiden, vervoeren, transporteren, overbrengen, voederen, spijzigen, voedzaamheid, voedingswaarhebben
DE: voeren (leiden): führen, leiten, lenken
EN: voeren (leiden): lead, guide, direct, point the direction
ES: voeren (leiden): acompañar, escoltar, conducir, arrojar, convoyar, barrer, echar
FR: voeren (leiden): conduire, guider, mener, entraîner, diriger, balayer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevoerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik voer jij voert hij voert wij voeren jullie voeren zij voeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevoerd jij hebt gevoerd hij heeft gevoerd wij hebben gevoerd jullie hebben gevoerd zij hebben gevoerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik voerde jij voerde hij voerde wij voerden jullie voerden zij voerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevoerd jij had gevoerd hij had gevoerd wij hadden gevoerd jullie hadden gevoerd zij hadden gevoerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal voeren jij zult voeren hij zal voeren wij zullen voeren jullie zullen voeren zij zullen voeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevoerd hebben jij zult gevoerd hebben hij zal gevoerd hebben wij zullen gevoerd hebben jullie zullen gevoerd hebben zij zullen gevoerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou voeren jij zou voeren hij zou voeren wij zouden voeren jullie zouden voeren zij zouden voeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevoerd hebben jij zou gevoerd hebben hij zou gevoerd hebben wij zouden gevoerd hebben jullie zouden gevoerd hebben zij zouden gevoerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
voer
|