NL: vlijenDE: ordnen
EN: lay down
FR: ranger, arranger, s'étendre, s'allonger, mettre en ordre, coucher délicatement, se blottir contre, poser en douceur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevlijd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vlij jij vlijt hij vlijt wij vlijen jullie vlijen zij vlijen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevlijd jij hebt gevlijd hij heeft gevlijd wij hebben gevlijd jullie hebben gevlijd zij hebben gevlijd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vlijde jij vlijde hij vlijde wij vlijden jullie vlijden zij vlijden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevlijd jij had gevlijd hij had gevlijd wij hadden gevlijd jullie hadden gevlijd zij hadden gevlijd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vlijen jij zult vlijen hij zal vlijen wij zullen vlijen jullie zullen vlijen zij zullen vlijen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevlijd hebben jij zult gevlijd hebben hij zal gevlijd hebben wij zullen gevlijd hebben jullie zullen gevlijd hebben zij zullen gevlijd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vlijen jij zou vlijen hij zou vlijen wij zouden vlijen jullie zouden vlijen zij zouden vlijen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevlijd hebben jij zou gevlijd hebben hij zou gevlijd hebben wij zouden gevlijd hebben jullie zouden gevlijd hebben zij zouden gevlijd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vlij
|