NL: vitamineren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevitamineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vitamineer jij vitamineert hij vitamineert wij vitamineren jullie vitamineren zij vitamineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevitamineerd jij hebt gevitamineerd hij heeft gevitamineerd wij hebben gevitamineerd jullie hebben gevitamineerd zij hebben gevitamineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vitamineerde jij vitamineerde hij vitamineerde wij vitamineerden jullie vitamineerden zij vitamineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevitamineerd jij had gevitamineerd hij had gevitamineerd wij hadden gevitamineerd jullie hadden gevitamineerd zij hadden gevitamineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vitamineren jij zult vitamineren hij zal vitamineren wij zullen vitamineren jullie zullen vitamineren zij zullen vitamineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevitamineerd hebben jij zult gevitamineerd hebben hij zal gevitamineerd hebben wij zullen gevitamineerd hebben jullie zullen gevitamineerd hebben zij zullen gevitamineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vitamineren jij zou vitamineren hij zou vitamineren wij zouden vitamineren jullie zouden vitamineren zij zouden vitamineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevitamineerd hebben jij zou gevitamineerd hebben hij zou gevitamineerd hebben wij zouden gevitamineerd hebben jullie zouden gevitamineerd hebben zij zouden gevitamineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vitamineer
|