Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

visiteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: visiteren
Synoniemen: fouilleren, bezoeken

DE: visitieren, durchsuchen
EN: examine, search
FR: visiter, fouiller

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gevisiteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik visiteer
jij visiteert
hij visiteert
wij visiteren
jullie visiteren
zij visiteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gevisiteerd
jij hebt gevisiteerd
hij heeft gevisiteerd
wij hebben gevisiteerd
jullie hebben gevisiteerd
zij hebben gevisiteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik visiteerde
jij visiteerde
hij visiteerde
wij visiteerden
jullie visiteerden
zij visiteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gevisiteerd
jij had gevisiteerd
hij had gevisiteerd
wij hadden gevisiteerd
jullie hadden gevisiteerd
zij hadden gevisiteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal visiteren
jij zult visiteren
hij zal visiteren
wij zullen visiteren
jullie zullen visiteren
zij zullen visiteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gevisiteerd hebben
jij zult gevisiteerd hebben
hij zal gevisiteerd hebben
wij zullen gevisiteerd hebben
jullie zullen gevisiteerd hebben
zij zullen gevisiteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou visiteren
jij zou visiteren
hij zou visiteren
wij zouden visiteren
jullie zouden visiteren
zij zouden visiteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gevisiteerd hebben
jij zou gevisiteerd hebben
hij zou gevisiteerd hebben
wij zouden gevisiteerd hebben
jullie zouden gevisiteerd hebben
zij zouden gevisiteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
visiteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/visiteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English