NL: vingerenDE: befühlen, abtasten, fühlen, tasten
EN: finger
ES: manosear, meter el dedo
FR: jouer à touche-pipi, se toucher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevingerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vinger jij vingert hij vingert wij vingeren jullie vingeren zij vingeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevingerd jij hebt gevingerd hij heeft gevingerd wij hebben gevingerd jullie hebben gevingerd zij hebben gevingerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vingerde jij vingerde hij vingerde wij vingerden jullie vingerden zij vingerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevingerd jij had gevingerd hij had gevingerd wij hadden gevingerd jullie hadden gevingerd zij hadden gevingerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vingeren jij zult vingeren hij zal vingeren wij zullen vingeren jullie zullen vingeren zij zullen vingeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevingerd hebben jij zult gevingerd hebben hij zal gevingerd hebben wij zullen gevingerd hebben jullie zullen gevingerd hebben zij zullen gevingerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vingeren jij zou vingeren hij zou vingeren wij zouden vingeren jullie zouden vingeren zij zouden vingeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevingerd hebben jij zou gevingerd hebben hij zou gevingerd hebben wij zouden gevingerd hebben jullie zouden gevingerd hebben zij zouden gevingerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vinger
|