NL: videologgen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevideologd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik videolog jij videologt hij videologt wij videologgen jullie videologgen zij videologgen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevideologd jij hebt gevideologd hij heeft gevideologd wij hebben gevideologd jullie hebben gevideologd zij hebben gevideologd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik videologde jij videologde hij videologde wij videologden jullie videologden zij videologden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevideologd jij had gevideologd hij had gevideologd wij hadden gevideologd jullie hadden gevideologd zij hadden gevideologd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal videologgen jij zult videologgen hij zal videologgen wij zullen videologgen jullie zullen videologgen zij zullen videologgen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevideologd hebben jij zult gevideologd hebben hij zal gevideologd hebben wij zullen gevideologd hebben jullie zullen gevideologd hebben zij zullen gevideologd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou videologgen jij zou videologgen hij zou videologgen wij zouden videologgen jullie zouden videologgen zij zouden videologgen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevideologd hebben jij zou gevideologd hebben hij zou gevideologd hebben wij zouden gevideologd hebben jullie zouden gevideologd hebben zij zouden gevideologd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
videolog
|