NL: verzwarenSynoniemen: bezwaren, zwaarmaken, zwaar
DE: beschweren, belasten, erschweren, verstärken, beladen, schwerer machen, Schwerer machen
EN: weight, make heavier, load
FR: charger, renforcer, alourdir, s'aggraver, s'alourdir, apesantir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verzwaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verzwaar jij verzwaart hij verzwaart wij verzwaren jullie verzwaren zij verzwaren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verzwaard jij hebt verzwaard hij heeft verzwaard wij hebben verzwaard jullie hebben verzwaard zij hebben verzwaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verzwaarde jij verzwaarde hij verzwaarde wij verzwaarden jullie verzwaarden zij verzwaarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verzwaard jij had verzwaard hij had verzwaard wij hadden verzwaard jullie hadden verzwaard zij hadden verzwaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verzwaren jij zult verzwaren hij zal verzwaren wij zullen verzwaren jullie zullen verzwaren zij zullen verzwaren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verzwaard hebben jij zult verzwaard hebben hij zal verzwaard hebben wij zullen verzwaard hebben jullie zullen verzwaard hebben zij zullen verzwaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verzwaren jij zou verzwaren hij zou verzwaren wij zouden verzwaren jullie zouden verzwaren zij zouden verzwaren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verzwaard hebben jij zou verzwaard hebben hij zou verzwaard hebben wij zouden verzwaard hebben jullie zouden verzwaard hebben zij zouden verzwaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verzwaar
|