NL: verzwakkenSynoniemen: aftakelen, slijten, uitputten, verbleken, verslappen, wegglijden, afzwakken, losmaken
DE: abschwächen, seine Kräfte lassen nach, nachlassen, weggleiten
EN: cease, weaken, come down, be lost, fall away, be going down hill
ES: debilitar, debilitarse
FR: affaiblir, atténuer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verzwakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verzwak jij verzwakt hij verzwakt wij verzwakken jullie verzwakken zij verzwakken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verzwakt jij hebt verzwakt hij heeft verzwakt wij hebben verzwakt jullie hebben verzwakt zij hebben verzwakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verzwakte jij verzwakte hij verzwakte wij verzwakten jullie verzwakten zij verzwakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verzwakt jij had verzwakt hij had verzwakt wij hadden verzwakt jullie hadden verzwakt zij hadden verzwakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verzwakken jij zult verzwakken hij zal verzwakken wij zullen verzwakken jullie zullen verzwakken zij zullen verzwakken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verzwakt hebben jij zult verzwakt hebben hij zal verzwakt hebben wij zullen verzwakt hebben jullie zullen verzwakt hebben zij zullen verzwakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verzwakken jij zou verzwakken hij zou verzwakken wij zouden verzwakken jullie zouden verzwakken zij zouden verzwakken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verzwakt hebben jij zou verzwakt hebben hij zou verzwakt hebben wij zouden verzwakt hebben jullie zouden verzwakt hebben zij zouden verzwakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verzwak
|