NL: verzuchtenSynoniemen: zuchten
EN: verzuchten (zucht slaken): sigh, heave a sigh
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verzucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verzucht jij verzucht hij verzucht wij verzuchten jullie verzuchten zij verzuchten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verzucht jij hebt verzucht hij heeft verzucht wij hebben verzucht jullie hebben verzucht zij hebben verzucht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verzuchtte jij verzuchtte hij verzuchtte wij verzuchtten jullie verzuchtten zij verzuchtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verzucht jij had verzucht hij had verzucht wij hadden verzucht jullie hadden verzucht zij hadden verzucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verzuchten jij zult verzuchten hij zal verzuchten wij zullen verzuchten jullie zullen verzuchten zij zullen verzuchten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verzucht hebben jij zult verzucht hebben hij zal verzucht hebben wij zullen verzucht hebben jullie zullen verzucht hebben zij zullen verzucht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verzuchten jij zou verzuchten hij zou verzuchten wij zouden verzuchten jullie zouden verzuchten zij zouden verzuchten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verzucht hebben jij zou verzucht hebben hij zou verzucht hebben wij zouden verzucht hebben jullie zouden verzucht hebben zij zouden verzucht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verzucht
|