NL: verzilverenSynoniemen: vergulden, platteren
DE: verzilveren (in geld omzetten): einlösen, versilbern, zu Geld machen
EN: verzilveren (in geld omzetten): convert into cash, cash
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verzilverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verzilver jij verzilvert hij verzilvert wij verzilveren jullie verzilveren zij verzilveren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verzilverd jij hebt verzilverd hij heeft verzilverd wij hebben verzilverd jullie hebben verzilverd zij hebben verzilverd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verzilverde jij verzilverde hij verzilverde wij verzilverden jullie verzilverden zij verzilverden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verzilverd jij had verzilverd hij had verzilverd wij hadden verzilverd jullie hadden verzilverd zij hadden verzilverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verzilveren jij zult verzilveren hij zal verzilveren wij zullen verzilveren jullie zullen verzilveren zij zullen verzilveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verzilverd hebben jij zult verzilverd hebben hij zal verzilverd hebben wij zullen verzilverd hebben jullie zullen verzilverd hebben zij zullen verzilverd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verzilveren jij zou verzilveren hij zou verzilveren wij zouden verzilveren jullie zouden verzilveren zij zouden verzilveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verzilverd hebben jij zou verzilverd hebben hij zou verzilverd hebben wij zouden verzilverd hebben jullie zouden verzilverd hebben zij zouden verzilverd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verzilver
|