NL: verzadigenSynoniemen: lessen, doortrekken, volproppen, overladen
DE: verzadigen (zich de buik vol eten): befriedigen, stillen, zufriedenstellen
EN: verzadigen (zich de buik vol eten): satiate, satisfy, fill, to eat one's fill
ES: verzadigen (zich de buik vol eten): hartarse, saciarse, saturarse
FR: verzadigen (zich de buik vol eten): satisfaire, apaiser, assouvir, rassasier, se remplir le ventre, assouvir son appétit
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verzadigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verzadig jij verzadigt hij verzadigt wij verzadigen jullie verzadigen zij verzadigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verzadigd jij hebt verzadigd hij heeft verzadigd wij hebben verzadigd jullie hebben verzadigd zij hebben verzadigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verzadigde jij verzadigde hij verzadigde wij verzadigden jullie verzadigden zij verzadigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verzadigd jij had verzadigd hij had verzadigd wij hadden verzadigd jullie hadden verzadigd zij hadden verzadigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verzadigen jij zult verzadigen hij zal verzadigen wij zullen verzadigen jullie zullen verzadigen zij zullen verzadigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verzadigd hebben jij zult verzadigd hebben hij zal verzadigd hebben wij zullen verzadigd hebben jullie zullen verzadigd hebben zij zullen verzadigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verzadigen jij zou verzadigen hij zou verzadigen wij zouden verzadigen jullie zouden verzadigen zij zouden verzadigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verzadigd hebben jij zou verzadigd hebben hij zou verzadigd hebben wij zouden verzadigd hebben jullie zouden verzadigd hebben zij zouden verzadigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verzadig
|