NL: verwittigenSynoniemen: meedelen, mededelen, aankondigen, voorlichten, inlichten, informeren, berichten, waarschuwen, tippen
DE: verwittigen (van iets in kennis stellen): informieren, warnen, verkünden, von etwas in Kenntnis setzen, mitteilen
EN: verwittigen (van iets in kennis stellen): notify, inform, make known, send word
ES: verwittigen (van iets in kennis stellen): decir, avisar, informar, poner en conocimiento, advertir, hacer saber, poner algo en conocimiento, comunicar, atemorizar, reportear, informar acerca de, anunciar, mencionar, reportar, alarmar
FR: verwittigen (van iets in kennis stellen): notifier, mettre au courant de, annoncer, inquiéter, faire connaître, mettre en garde contre, porter à la connaissance de, publier, s'annoncer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verwittigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verwittig jij verwittigt hij verwittigt wij verwittigen jullie verwittigen zij verwittigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verwittigd jij hebt verwittigd hij heeft verwittigd wij hebben verwittigd jullie hebben verwittigd zij hebben verwittigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verwittigde jij verwittigde hij verwittigde wij verwittigden jullie verwittigden zij verwittigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verwittigd jij had verwittigd hij had verwittigd wij hadden verwittigd jullie hadden verwittigd zij hadden verwittigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verwittigen jij zult verwittigen hij zal verwittigen wij zullen verwittigen jullie zullen verwittigen zij zullen verwittigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verwittigd hebben jij zult verwittigd hebben hij zal verwittigd hebben wij zullen verwittigd hebben jullie zullen verwittigd hebben zij zullen verwittigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verwittigen jij zou verwittigen hij zou verwittigen wij zouden verwittigen jullie zouden verwittigen zij zouden verwittigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verwittigd hebben jij zou verwittigd hebben hij zou verwittigd hebben wij zouden verwittigd hebben jullie zouden verwittigd hebben zij zouden verwittigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verwittig
|