NL: verwerenSynoniemen: pulveren, wegstemmen, verdedigen, verwering, verwerpen, terugwijzen, afwijzen, afstemmen, afketsen, erosie, weren, afweren
DE: verweren (verdedigen): verteidigen
EN: verweren (verdedigen): defend, resist, hold off, keep off, keep away, keep out
ES: verweren (verdedigen): defender
FR: verweren (verdedigen): rejeter, écarter, se défendre, repousser, défendre, parer, résister, se débattre, résister à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verweerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verweer jij verweert hij verweert wij verweren jullie verweren zij verweren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verweerd jij hebt verweerd hij heeft verweerd wij hebben verweerd jullie hebben verweerd zij hebben verweerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verweerde jij verweerde hij verweerde wij verweerden jullie verweerden zij verweerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verweerd jij had verweerd hij had verweerd wij hadden verweerd jullie hadden verweerd zij hadden verweerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verweren jij zult verweren hij zal verweren wij zullen verweren jullie zullen verweren zij zullen verweren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verweerd hebben jij zult verweerd hebben hij zal verweerd hebben wij zullen verweerd hebben jullie zullen verweerd hebben zij zullen verweerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verweren jij zou verweren hij zou verweren wij zouden verweren jullie zouden verweren zij zouden verweren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verweerd hebben jij zou verweerd hebben hij zou verweerd hebben wij zouden verweerd hebben jullie zouden verweerd hebben zij zouden verweerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verweer
|