NL: verwaterenSynoniemen: aanlengen, versnijden, verdunnen
EN: verwateren (aanlengen): dilute, adulterate, water down
ES: verwateren (aanlengen): debilitar, aflojar, diluir
FR: verwateren (aanlengen): allonger, couper, diluer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verwaterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verwater jij verwatert hij verwatert wij verwateren jullie verwateren zij verwateren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verwaterd jij hebt verwaterd hij heeft verwaterd wij hebben verwaterd jullie hebben verwaterd zij hebben verwaterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verwaterde jij verwaterde hij verwaterde wij verwaterden jullie verwaterden zij verwaterden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verwaterd jij had verwaterd hij had verwaterd wij hadden verwaterd jullie hadden verwaterd zij hadden verwaterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verwateren jij zult verwateren hij zal verwateren wij zullen verwateren jullie zullen verwateren zij zullen verwateren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verwaterd hebben jij zult verwaterd hebben hij zal verwaterd hebben wij zullen verwaterd hebben jullie zullen verwaterd hebben zij zullen verwaterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verwateren jij zou verwateren hij zou verwateren wij zouden verwateren jullie zouden verwateren zij zouden verwateren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verwaterd hebben jij zou verwaterd hebben hij zou verwaterd hebben wij zouden verwaterd hebben jullie zouden verwaterd hebben zij zouden verwaterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verwater
|