NL: verwarrenSynoniemen: misleiden, verwisselen, benevelen, haspelen, ontredderen
DE: verwarren (tot een warboel maken): Unordnung machen, Wirrwarr machen
EN: verwarren (tot een warboel maken): bungle, tinker
ES: verwarren (tot een warboel maken): estropear, desperdiciar, atrapañar, hacer cosas de casa por afición
FR: verwarren (tot een warboel maken): embrouiller, cochonner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verward
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verwar jij verwart hij verwart wij verwarren jullie verwarren zij verwarren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verward jij hebt verward hij heeft verward wij hebben verward jullie hebben verward zij hebben verward
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verwarde jij verwarde hij verwarde wij verwarden jullie verwarden zij verwarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verward jij had verward hij had verward wij hadden verward jullie hadden verward zij hadden verward
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verwarren jij zult verwarren hij zal verwarren wij zullen verwarren jullie zullen verwarren zij zullen verwarren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verward hebben jij zult verward hebben hij zal verward hebben wij zullen verward hebben jullie zullen verward hebben zij zullen verward hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verwarren jij zou verwarren hij zou verwarren wij zouden verwarren jullie zouden verwarren zij zouden verwarren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verward hebben jij zou verward hebben hij zou verward hebben wij zouden verward hebben jullie zouden verward hebben zij zouden verward hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verwar
|