NL: vervrouwelijken U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vervrouwelijkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vervrouwelijk jij vervrouwelijkt hij vervrouwelijkt wij vervrouwelijken jullie vervrouwelijken zij vervrouwelijken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vervrouwelijkt jij hebt vervrouwelijkt hij heeft vervrouwelijkt wij hebben vervrouwelijkt jullie hebben vervrouwelijkt zij hebben vervrouwelijkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vervrouwelijkte jij vervrouwelijkte hij vervrouwelijkte wij vervrouwelijkten jullie vervrouwelijkten zij vervrouwelijkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vervrouwelijkt jij had vervrouwelijkt hij had vervrouwelijkt wij hadden vervrouwelijkt jullie hadden vervrouwelijkt zij hadden vervrouwelijkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vervrouwelijken jij zult vervrouwelijken hij zal vervrouwelijken wij zullen vervrouwelijken jullie zullen vervrouwelijken zij zullen vervrouwelijken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vervrouwelijkt hebben jij zult vervrouwelijkt hebben hij zal vervrouwelijkt hebben wij zullen vervrouwelijkt hebben jullie zullen vervrouwelijkt hebben zij zullen vervrouwelijkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vervrouwelijken jij zou vervrouwelijken hij zou vervrouwelijken wij zouden vervrouwelijken jullie zouden vervrouwelijken zij zouden vervrouwelijken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vervrouwelijkt hebben jij zou vervrouwelijkt hebben hij zou vervrouwelijkt hebben wij zouden vervrouwelijkt hebben jullie zouden vervrouwelijkt hebben zij zouden vervrouwelijkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vervrouwelijk
|