Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

vervormen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: vervormen
Synoniemen: deformeren, mismaken, misvormen, omtoveren, reorganiseren, verbasteren, omvormen

DE: vervormen (een andere vorm geven): verziehen, sichverformen, verzerren, umformen, umbilden
EN: vervormen (een andere vorm geven): deform, disfigure, transform, change form
FR: vervormen (een andere vorm geven): déformer, transformer, défigurer, changer la forme

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
vervormd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vervorm
jij vervormt
hij vervormt
wij vervormen
jullie vervormen
zij vervormen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb vervormd
jij hebt vervormd
hij heeft vervormd
wij hebben vervormd
jullie hebben vervormd
zij hebben vervormd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik vervormde
jij vervormde
hij vervormde
wij vervormden
jullie vervormden
zij vervormden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had vervormd
jij had vervormd
hij had vervormd
wij hadden vervormd
jullie hadden vervormd
zij hadden vervormd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal vervormen
jij zult vervormen
hij zal vervormen
wij zullen vervormen
jullie zullen vervormen
zij zullen vervormen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal vervormd hebben
jij zult vervormd hebben
hij zal vervormd hebben
wij zullen vervormd hebben
jullie zullen vervormd hebben
zij zullen vervormd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou vervormen
jij zou vervormen
hij zou vervormen
wij zouden vervormen
jullie zouden vervormen
zij zouden vervormen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou vervormd hebben
jij zou vervormd hebben
hij zou vervormd hebben
wij zouden vervormd hebben
jullie zouden vervormd hebben
zij zouden vervormd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vervorm

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/vervormen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English