NL: vervolmakenSynoniemen: completeren, perfectioneren, vervolledigen, voltooien, afmaken
DE: vervolmaken (vervolledigen): komplettieren, vervollständigen, vollenden, fertigstellen, fertigmachen, ergänzen, beenden, ausbauen, berichtigen, aufbessern, perfektionieren, fertigbringen, vervollkommnen, ausbessern
EN: vervolmaken (vervolledigen): complete, improve, finish, perfect, better, make better
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vervolmaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vervolmak jij vervolmaakt hij vervolmaakt wij vervolmaken jullie vervolmaken zij vervolmaken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vervolmaakt jij hebt vervolmaakt hij heeft vervolmaakt wij hebben vervolmaakt jullie hebben vervolmaakt zij hebben vervolmaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vervolmaakte jij vervolmaakte hij vervolmaakte wij vervolmaakten jullie vervolmaakten zij vervolmaakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vervolmaakt jij had vervolmaakt hij had vervolmaakt wij hadden vervolmaakt jullie hadden vervolmaakt zij hadden vervolmaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vervolmaken jij zult vervolmaken hij zal vervolmaken wij zullen vervolmaken jullie zullen vervolmaken zij zullen vervolmaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vervolmaakt hebben jij zult vervolmaakt hebben hij zal vervolmaakt hebben wij zullen vervolmaakt hebben jullie zullen vervolmaakt hebben zij zullen vervolmaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vervolmaken jij zou vervolmaken hij zou vervolmaken wij zouden vervolmaken jullie zouden vervolmaken zij zouden vervolmaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vervolmaakt hebben jij zou vervolmaakt hebben hij zou vervolmaakt hebben wij zouden vervolmaakt hebben jullie zouden vervolmaakt hebben zij zouden vervolmaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vervolmak
|