NL: vervloekenSynoniemen: verdoemen, verwensen
EN: curse, damn
ES: maldecir, imprecar, condenar
FR: maudire, damner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vervloekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vervloek jij vervloekt hij vervloekt wij vervloeken jullie vervloeken zij vervloeken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vervloekt jij hebt vervloekt hij heeft vervloekt wij hebben vervloekt jullie hebben vervloekt zij hebben vervloekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vervloekte jij vervloekte hij vervloekte wij vervloekten jullie vervloekten zij vervloekten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vervloekt jij had vervloekt hij had vervloekt wij hadden vervloekt jullie hadden vervloekt zij hadden vervloekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vervloeken jij zult vervloeken hij zal vervloeken wij zullen vervloeken jullie zullen vervloeken zij zullen vervloeken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vervloekt hebben jij zult vervloekt hebben hij zal vervloekt hebben wij zullen vervloekt hebben jullie zullen vervloekt hebben zij zullen vervloekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vervloeken jij zou vervloeken hij zou vervloeken wij zouden vervloeken jullie zouden vervloeken zij zouden vervloeken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vervloekt hebben jij zou vervloekt hebben hij zou vervloekt hebben wij zouden vervloekt hebben jullie zouden vervloekt hebben zij zouden vervloekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vervloek
|