NL: vertroetelenSynoniemen: liefkozen, troetelen, verwennen, koesteren, spaniel, hanenfokker
DE: verwöhnen
EN: pamper, spoil
ES: consentir, mimar, malcriar, corromper
FR: dorloter, gâter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vertroeteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vertroetel jij vertroetelt hij vertroetelt wij vertroetelen jullie vertroetelen zij vertroetelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vertroeteld jij hebt vertroeteld hij heeft vertroeteld wij hebben vertroeteld jullie hebben vertroeteld zij hebben vertroeteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vertroetelde jij vertroetelde hij vertroetelde wij vertroetelden jullie vertroetelden zij vertroetelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vertroeteld jij had vertroeteld hij had vertroeteld wij hadden vertroeteld jullie hadden vertroeteld zij hadden vertroeteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vertroetelen jij zult vertroetelen hij zal vertroetelen wij zullen vertroetelen jullie zullen vertroetelen zij zullen vertroetelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vertroeteld hebben jij zult vertroeteld hebben hij zal vertroeteld hebben wij zullen vertroeteld hebben jullie zullen vertroeteld hebben zij zullen vertroeteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vertroetelen jij zou vertroetelen hij zou vertroetelen wij zouden vertroetelen jullie zouden vertroetelen zij zouden vertroetelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vertroeteld hebben jij zou vertroeteld hebben hij zou vertroeteld hebben wij zouden vertroeteld hebben jullie zouden vertroeteld hebben zij zouden vertroeteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vertroetel
|